Cijfers veteranenzorg

Het aantal klachten door militaire uitzendingen kan niet concreet in cijfers uitgedrukt worden, omdat de zwaarte varieert en veel lichtere klachten vanzelf weer verdwijnen. Er bestaan echter wel schattingen.

Een uitzending kan een zware, ingrijpende ervaring zijn. Het ministerie van Defensie schat dat ongeveer twintig procent van uitgezonden militairen daar in meer of mindere mate last van krijgt. Van een paar keer ’s nachts wakker worden tot aan een chronische vorm van PTSS. Dat laatste wordt geraamd op ruim één procent van alle veteranen. Vaak wordt dat percentage chronische PTSS echter (veel) hoger ingeschat, doordat de landelijke aandacht voor de gevolgen veelal daarover gaat. Maar PTSS hoeft lang niet altijd chronisch te zijn en het overgrote deel van alle immateriële hulpvragen kan met succes opgepakt worden.

 

Totaalaanbod

Een goed deel van de hulpvragen door uitzendingen wordt opgepakt binnen Defensie zelf. De krijgsmacht biedt hoogwaardige hulpverlening en een schat aan ervaring. Voor klachten van postactieve veteranen en hun thuisfront is er het LZV. Maar het staat deze veteranen vrij om zich ook tot de reguliere zorg te wenden, zonder tussenkomst van het Veteranenloket. Veel klachten worden in eerste instantie opgevangen door familie, vrienden en (voormalige) maten. Informele hulpverlening in de nulde lijn.

 

Instroom en registratie

Het ministerie van Defensie biedt al sinds 2000 een loket voor hulpvragen van postactieve veteranen en hun dierbaren. Dat is in 2014 vervangen door het Veteranenloket. De instroom met hulpvragen stijgt nog steeds, van bijna 800 in 2009 naar bijna 1800 in 2014. Het gaat dan om het bieden van informatie en advies en het daadwerkelijk opstarten van een hulpverleningstraject. Hulpvragers zijn afkomstig uit alle uitzendgebieden en we zien dus ook jongeren uit Irak en Afghanistan. Voor doorstroomcijfers binnen het LZV wordt nu de laatste hand gelegd aan een LZV-breed registratiesysteem. Om de kwaliteit te bestendigen en versterken.